De Procureur-Generaal van de Hoge Raad niet voor DNA-afname in alle gevallen

29 november 2018|Nieuws, Strafrecht|

De zaak van Els Borst heeft veel losgemaakt in de maatschappij. Naar aanleiding van de gewelddadige dood van voormalig minister Els Borst werd er door de commissie Hoekstra onderzoek gedaan naar het opsporingsonderzoek in deze zaak. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat er onterecht geen DNA was afgenomen van de dader na eerdere veroordelingen. Het rapport Hoekstra was aanleiding voor het OM om een inhaalslag te maken met het afnemen van DNA van alle langer gestraften. Er wordt inmiddels zo een 25000 keer per jaar DNA afgenomen van veroordeelden.

De Procureur-Generaal van de Hoge Raad stelt een verandering voor in de praktijk om DNA-materiaal af te nemen bij veroordeelden. De Procureur-Generaal heeft dit advies gegeven na een onderzoek op basis van het rapport van de commissie De Procureur-Generaal heeft dit advies gegeven na een onderzoek naar aanleiding van de bevindingen van de commissie Hoekstra. Het OM neemt nu DNA af van iedereen die veroordeeld is tot een gevangenisstraf van vier jaar of meer. Maar ook bij veroordeelden in zaken zoals vernieling, mishandeling, bedreiging en heling wordt DNA-onderzoek gedaan. De Procureur-Generaal vindt dat het DNA-onderzoek alleen nog moet worden toegepast bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven. De Procureur-Generaal heeft als belangrijkste taak het geven van rechtsadviezen aan het hoogste rechtscollege in het land, De Hoge Raad der Nederlanden.

Het is nog afwachten of de minister naar aanleiding van dit advies de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden gaat veranderen en het afnemen van DNA bij veroordeelden gaat beperken tot ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.